Bij de vorige hittegolf stierven in België de helft meer mensen dan normaal. In Frankrijk was dat 30 procent, in Nederland nog geen 16 procent. In plaats van de urgentie te bagatelliseren moet de overheid werk maken van ernstige hitteplannen, schrijft David Van Reybrouck.
David Van Reybrouck – De Standaard
13 juli 2026
Leestijd: 7 min
De achtste finale van het WK voetbal tussen Spanje en België begon met een minuut stilte voor de slachtoffers van de bosbranden in Andalusië.
Die vrijdag was duidelijk geworden wat voor een gruwel de mensen in de buurt van Los Gallardos en Bédar hadden moeten doorstaan.
In een uitgebrande auto in een zwartgeblakerd landschap werden vier verkoolde lichamen gevonden. Britten op de vlucht, zo bleek. Niet dat ze nog herkenbaar waren, maar het stuur zat rechts.
Anderen probeerden via een onverharde landweg te ontkomen, maar die liep dood op de plek waar een imker zijn bijenkorven had staan. Te voet hadden ze geen schijn van kans.
Apocalyptische taferelen. Twaalf doden, drieëntwintig vermisten, meer dan duizend evacuaties.
Er waren ook Belgen bij.
En dus namen de meer dan zeventigduizend toeschouwers in dat immense stadion enkele ogenblikken stilte in acht, in Los Angeles nog wel, de stad die vorig jaar zelf zo geteisterd werd door bosbranden.
Ondertussen verscheen op de boarding langs het veld reclame voor de Saudische aardolie maatschappij Aramco, de grootste olieproducent ter wereld en het bedrijf met de grootste CO2-uitstoot op de planeet.
Merkwaardig genoeg gold de minuut stilte niet voor de 1.747 hittedoden die België net te betreuren had.
De dag voor de wedstrijd had Sciensano een rapport gepubliceerd waarin stond dat de hittegolf van eind juni de oorzaak was van “de zwaarste sterfte tijdens een hittegolf sinds het begin van de analyses”.
Het ging om een oversterfte die “echt uitzonderlijk” genoemd werd: 47,8 procent meer sterfgevallen dan anders, in Brussel en Wallonië liep het zelfs op tot 61 en 76 procent meer doden.
Die werden niet herdacht. Wel de twaalf slachtoffers uit Spanje, niet de 1.747 uit België.
Niet omdat de Fifa er niet toe te porren was – een symbolische geste richting België was vast wel te ritselen geweest na de schaamteloze corruptie met die ingetrokken rode kaart – maar omdat onze federale overheid zelf weigert de ernst van de situatie in te zien.
Gebiedende wijs
Ik vraag me soms af hoe de toekomst zal oordelen over onze tijd waarin een federale minister van Defensie aan de vooravond van de dodelijkste hittegolf ooit de burgerbevolking kon oproepen met de woorden:
“Geniet van het prachtige weer. En LEEF!”, met hoofdletters en uitroeptekens, waarbij hij prompt ook foto’s beloofde van zijn “zwembad, frisse Stella en barbecue”.

Misschien zal men het in de toekomst vreemd vinden dat een minister die dit jaar, in tijden van besparingen, al bijna 4 miljard euro mocht uitgeven aan de verdediging van het land, niet wakker leek te liggen van het grootste veiligheidsvraagstuk van onze tijd.
“Het is twee dagen warm en we gaan weer allemaal doodgaan precies.”
Misschien zal men het in de toekomst ook vreemd vinden dat het advies van de premier zich beperkte tot: “Gebruik je verstand.”
Ook hij bediende zich ineens van de gebiedende wijs.

Bij afwezigheid van ernstig beleid wentelt men in dit land tijdens crisissen de verantwoordelijkheid af op de bevolking.
Leef!
Gebruik je verstand!
Blijf in uw kot!
Het is lang geleden dat de inwoners nog eens een boodschap als deze te horen kregen:
“Het zijn lastige tijden,
deze ellende hebben wij niet alleen veroorzaakt, maar we gaan wel voor u zorgen.
We gaan er alles aan doen om de schade te beperken.”
Zorg voor het grondgebied en de inwoners is de primaire taak van de overheid.
Maar zelfs nadat de federale, Vlaamse en Brusselse overheden tot twee keer toe werden veroordeeld voor hun nalatige klimaatbeleid, schenden ze nog altijd het meest elementaire recht op leven met een onverschilligheid en een amateurisme die doen duizelen.
Van de ruim 20.000 levens die de hittegolf in Europa eiste, viel bijna 10 procent in het kleine België, dat niet eens de hoogste temperaturen te verwerken kreeg. Dat is niets minder dan een schande.
De hitte opknippen
Het is niet omdat klimaatbeleid uit de mode lijkt, dat er geen hittebeleid moet komen. Sterker nog: hoe minder je op klimaatbeleid wilt inzetten, hoe meer je aan hittebeleid moet doen.
Meer dan 1.747 mensen die te vroeg zijn gestorven, is een ondraaglijk aantal.
En nee, dat ging niet alleen om oude besjes die toch al op waren. Ook bij mensen onder de 65 was er een oversterfte van meer dan 60 %.
De enige die in de zomer van 2026 de ernst van de situatie correct inschatte, was federaal minister van Klimaat Jean-Luc Crucke (Les Engagés) die op het kritieke moment een spoedoverleg bijeenriep.
De ministers uit de gewestelijke regeringen stuurden hun kat. Toen dacht men nog dat je in dit land de hitte kon opknippen.
Onze buurlanden bewijzen dat het ook anders kan.
Na de hittegolven van 2003 en 2006 stelde Nederland een hitteplan op dat in 2010 voor het eerst werd geactiveerd.
De RIVM, de Nederlandse tegenhanger van Sciensano, stelde vorig jaar vast dat het aantal hittedoden sindsdien daadwerkelijk verminderd is, ondanks de vergrijzing en de verder oplopende klimaatopwarming.
Op de Heat Action Day in Rotterdam vorig jaar begreep ik hoe goed het in elkaar zit.
Zodra het plan in werking treedt, stuurt het RIVM een ‘hittemailing’ naar een gigantisch, strak georganiseerd netwerk van zorginstellingen, gemeentelijke gezondheidsdiensten, het Rode Kruis en mantelzorgorganisaties.
Die verwittigen vervolgens gemeenten, apotheken en vrijwilligers.
Iedereen weet direct welke protocollen moeten worden opgestart, zoals koelteruimtes inrichten in bibliotheken, buurthuizen en zelfs supermarkten.
36 graden in de schaduw
In België heerst vanouds de versnippering. Iedereen is bevoegd, maar niemand blijkt verantwoordelijk.
Onze ‘zorgketen’ staat niet op punt.
De cijfers zijn er dan ook naar: Nederland had een oversterfte van slechts 15,8 procent. Natuurlijk, het land ligt noordelijker, maar dat is niet de enige reden.
Frankrijk beleefde zijn warmste junimaand in de geschiedenis, tijdens de hittegolf was er een dramatische toename van 29,1 procent doden vergeleken met de week ervoor.
Maar dat voorlopige cijfer ligt nog altijd veel lager dan de 47,8 procent oversterfte in België.
Wanneer schieten we eindelijk eens wakker en maken we werk van ernstige communicatie bij ernstig gevaar?
Terwijl ik dit schrijf is het meer dan 36 graden in de schaduw.
In Frankrijk krijgen inwoners mails van hun verzekeringskantoor die waarschuwen voor code oranje. Iedereen kent de adviezen van Météo-France en blijft binnen als het moet.
Aan deze kant van de grens gaan de brocantes en de sportwedstrijden gewoon door.
Een hitteplan is niet alleen een statement, maar een zorgketen die in werking treedt als het moet.
Italië, Spanje, Zwitserland en Australië stelden al vast dat na de invoering van hun hitteplannen de oversterfte terugliep.
België is momenteel onvoldoende voorbereid en dat tast onze welvaart, ons welzijn, onze gezondheid en onze internationale geloofwaardigheid aan.
Het is tijd om hitte niet langer ideologisch, maar doortastend te lijf te gaan: als een goed voorspelbare urgentie die met verstandig beleid gemilderd kan worden.






Lees ook
Overzicht
Lees andere berichten in deze categorie
Bron: De Standaard