Het leven – Een gebruiksaanwijzing – Charlotte Mutsaers


In december kreeg Charlotte Mutsaers de Luc Bucquoye-prijs uitgereikt in Bozar. Daar keek de schrijfster naar uit, ‘ook al wordt het de eerste uitreiking zonder Jan’. Zelf is ze net tachtig, maar hond Lola is pas drie, en dat is wat telt. ‘Ik moet voor haar minstens negentig zien te worden.’

Guinevere Claeys – De Standaard


‘Als we niet uitkijken, wordt het hier zo’n vrouwengesprek’

Charlotte Mutsaers


Pas wanneer ik Lola niet meer in de ogen kijk, wordt ze rustig. Dat had ik moeten weten. Honden houden er niet van als vreemden hen zomaar vol in de ogen ­kijken, zeker Lola niet.

Ze groeide op in de straten van Moskou, belandde in een adoptienetwerk, maar vond niet zo gauw een veilig ­onderkomen, want ze is een hond ‘die niet alleen kan zijn’ – zo stond het benadrukt op de website.

De meeste kandidaten knapten daarop af, Mutsaers trok dat net aan.

‘Ik kan ook niet alleen zijn. Met ons twee is het geen enkel probleem om niet alleen te kunnen zijn.’

Charlotte Mutsaers heeft het druk. ‘Mijn agenda zit stámpende vol.’ Dat zegt ze behoorlijk ontredderd, want de agendapunten zijn niet bepaald opbeurend.

‘Mijn man is begin dit jaar overleden, en ook al waren we in gemeenschap van goederen getrouwd, ik moet evengoed een gigantische papierwinkel door.

´Ik wil van hier ons Franse huis verkopen, en dat is een ­eindeloos gedoe. Dan moet ik met zestien documenten naar het stadhuis om alle handtekeningen te laten legaliseren. Alleen al om de telefoon daar te laten afsluiten, ben ik dagen in de weer, je houdt het niet voor mogelijk.’

Waarom wilt u dat allemaal van hier regelen?

‘Ik kan het mentaal niet aan om naar dat huis terug te gaan. Dus doe ik het vanuit mijn stoel. Op zich is dat al droevig genoeg. Maar zo gaat het leven. Zit de zon niet te veel in jouw ogen?’

Ze vindt van wel, zij kijkt me graag vol in de open ogen. We verlaten de zithoek en hergroeperen ons met ons drieën rond de tafel voor het raam. Magnifieke ­kamerbrede ramen heeft haar appartement hier, één hoog aan de Amsterdamse Herengracht. ‘Ja, we wonen hier heel graag. We. Ik blijf dat maar zeggen.’

Toch vindt ze het onbehaaglijk wanneer ik even op dat ‘we’ en het afscheid van haar man, de schrijver Jan Fontijn, wil ingaan.

‘Ik heb het daar liever niet over. Anders wordt het weer zo’n verhaal, weet je wel. Na 53 jaar samen is het natuurlijk verschrikkelijk als je zoiets overkomt. Je moet al je krachten bundelen om overeind te blijven.

´Maar over gevoelens kun je verder moeilijk praten, vind ik. Je kan niet zeggen: dat zit zus of zo in mekaar. Bovendien: als we niet uitkijken, wordt dit zo’n vrouwengesprek.’

‘Nou ja, het is natuurlijk ook wel normaal dat we het daar even over hebben. Welnu, ik kan je zeggen: het is heel zwaar. Pas als je dierbare overleden is, kom je te weten in hoeveel, en vaak ook kleine, dingen je ­gesteund werd.

´Toen Jan nog leefde, reed ik bijvoorbeeld ook al geregeld alleen met de auto naar ons appartement in Oostende, maar als ik dat nu doe, voelt dat helemaal anders. Toen wist ik dat ik hem kon bellen als er iets gebeurde, nu sta ik er wezenlijk alleen voor. Dat zijn zo van die dingen.’

‘Kijk, wij scheelden, wij schelen, zeven jaar en dat verschil is nooit een punt geweest, tot mijn 75ste toe niet. En dan ineens wordt je partner ziek, en besef je dat de dood je dan toch op de hielen begint te zitten. Maar ik moet hier nog wel even blijven, hoor. Lola wordt straks pas drie. Ik kan haar niet achterlaten. Ik moet voor haar minstens 90 worden. Ik hoop dat het me lukt.’

U hebt haar nodig om de dood voor te blijven?

‘Ik heb haar daarvoor niet nodig, ik héb haar, en zij heeft mij nodig. Zij is net als ik alleen op de wereld en wij zijn nu partners geworden.

Geen polsbandjes

‘Hoe te leven, daar gaat het steeds weer om. Hoe te ­leven als het leven je onherroepelijk verlaten zal en er tegen tranen geen ander wapen bestaat dan een schone zakdoek.’

Dat schrijft Mutsaers in haar jongste ­roman uit 2017 Harnas van hansaplast (over haar jongere broer Barend die vlak voor oudjaar 2001 ‘in een gloednieuw pyjamajasje zonder broek’ dood op zijn bed gevonden werd).

De vraag ‘Hoe te leven als het ­leven je onherroepelijk verlaten zal?’ is een vertrouwd Mutsaers-motief.

Uit haar werk spreekt een nauwelijks verholen doodsangst, die zoals vaker hand in hand gaat met een opgewekte en lichtvoetige, alleszins ­beweeglijke aard – ‘mijn neiging om elke dag die ik er plezierig en levend vanaf heb gebracht te bekronen met een coupe champagne’, ook dat schrijft ze.

‘Ja, ik leef heel graag.’

Net vanuit dat doodsbesef.

‘Dat doodsbesef had ik als kind al. Dat heb je of dat heb je niet. Ik vind het de wreedste poets die ons gebakken is. Van bij je geboorte zit je in de val van een sterfelijk leven. Je komt er nooit meer uit.

´Helaas geloof ik niet in God, anders had ik het God tenminste nog kwalijk kunnen nemen.

´Ik snap niet dat mensen het daar niet de hele dag over hebben. Ik loop over straat, ik zie al die mensen en ik vraag me elke keer af: loop jij daar nu ook over te denken?

´Of het knellende besef dat niemand van al die mensen hier over honderd jaar nog rondloopt. Honderd jaar! Dat is zoals ik nu ervaar helemaal niets!

´Soms denk ik aan iets van vijftig jaar geleden, en dat voelt zo vlakbij. Zo ontzettend vlakbij. Dit leven, deze vergankelijkheid, dat is niet te vatten.’

Charlotte Mutsaers Beeld Sanne De Wilde

Waarin schuilt voor u dan wezenlijke troost?

‘In kleine, vreugdevolle dingen. Maar troost vind ik ­behoorlijk ingewikkeld. Ik heb met vrienden al vele discussies gevoerd over troost. Ook toen mijn man overleed. Eigenlijk kún je daar iemand niet in troosten. ­Zeker als je het zelf nog niet hebt meegemaakt.

´Als je zelf je geliefde nog niet hebt verloren, dan kun je die empathie qualitate qua eigenlijk niet hebben. Sinds het mij is overkomen, denk ik wel eens terug aan ­momenten waarop ik vroeger anderen heb proberen te troosten en empathie te tonen, en ik moet daarin onvermijdelijk tekort hebben geschoten.

´Voor wie zelf het verdriet heeft, is het trouwens ook nog eens heel moeilijk om dat precies te uiten.

´Troost ligt dus erg moeilijk, vind ik. Steun lijkt me een beter woord. Steun is anders. Steun is iemand die op mijn hond wil letten, als ik naar de kapper moet. Dat vind ik ontzettend lief. Ik heb veel aardige mensen om me heen, die mij prachtige steun bieden.

´En er gebeuren ook nog ­altijd van die andere en verrassende dingen. Zoals die prijs die ik straks in Brussel krijg. Ik kijk ernaar uit, ook al wordt het de eerste uitreiking zonder Jan. Dat zijn van die zeldzaam grote publieke optredens die ik nog doe.

´In kleine groepjes, in een café of zo, heb ik het altijd wel fijn gevonden om op te treden of met ­lezers samen te komen. Maar festivals zijn niets voor mij, nooit geweest. Zodra ik een polsbandje om moet, ben ik weg.’

Vanzelfsprekende vrijheid

Die ‘prijs in Brussel’ is de Luc Bucquoye-prijs, die ze krijgt van de VUB voor haar ‘vrijheid van denken, engagement, tegendraadsheid en stimuleren van emotie en intellect’.

Deze jaarlijkse prijs voor een eigenzinnig oeuvre kon Charlotte Mutsaers natuurlijk niet mis­lopen. In haar eigenste idioom bouwde de schilder-schrijfster haar geheel onvergelijkbare universum uit.

Zelf gebruikt en schrijft ze vaak de Latijnse uitdrukking ‘qualitate qua’, ofwel ‘in de eigenste hoedanigheid’, en dat lijkt haar inderdaad op het lijf geschreven: alleen Charlotte Mutsaers denk en schrijft zoals Charlotte Mutsaers qualitate qua.

Dat de ‘vrijheid van denken’ voorop staat in de laudatio, dat is even cruciaal als vanzelfsprekend, of zou dat toch moeten zijn. Want over die vanzelfsprekende vrijheid lijkt Mutsaers zich nu net grote zorgen te maken.

‘Iedere schrijver die ik ken, heeft het idee dat er de laatste jaren ineens over zijn schouder wordt mee­gegluurd. Samen met één enkel verkeerd woord kan je boek ineens compleet ten onder gaan of genegeerd worden.

´Dat vind ik een angstaanjagend idee. Welke artistieke samenleving blijft er dan nog over?

´Om te schrijven moet je je volkomen vrij voelen. Dat som­mige uitgeverijen nu zelfs van die sensitivityreaders in huis hebben om alle mogelijke “gevaarlijke” of “gevoelige” woorden er vooraf uit te halen, dat is toch al te gek.

´Ik ken een schrijver die zelfs oude drukken laat ­aanpassen, en bijvoorbeeld het woord “neger” laat schrappen, terwijl die dat woord indertijd helemaal niet met kwaad opzet had gebruikt.’

Maar u kunt begrijpen dat het intussen choquerend, zelfs kwetsend, kan voelen om dat woord te lezen.

‘Natuurlijk, maar dan is het aan de school om jonge generaties de verhelderende context aan te reiken. Zodat ze begrijpen dat ze hier níét gekwetst door hoeven te zijn.

´Voor mij mag je niet aan een boek raken, je mag ook geen titels veranderen, want die zijn zo door de auteur gekozen – en níét per se op grond van een verkeerde insteek.

´En zelfs als dat wel zo was, dan kun je nog zeggen: er zijn altijd al slechte of gemene boeken verschenen, die moeten mogen bestaan in een vrije samenleving, en vervolgens mag je van die ­boeken dan denken wat je wilt.

´Kijk naar Céline, die schreef vreselijke antisemitische pamfletten, maar hij schreef ook geweldige boeken. Er moet uiteraard ­ruimte zijn om op te komen tegen die pamfletten van hem, maar tegelijk om gul toe geven dat hij een heel goede schrijver was.

´Waarom gaat dat voor velen toch zo moeilijk samen? Ik begrijp echt niet waarom het ene het andere zou moeten uitsluiten?’

Maar dat woorden en gevoeligheden mee evolueren met hun tijd, dat is natuurlijk onvermijdelijk, doorgaans zelfs een teken van gezondheid.

‘Alleen als die evolutie helder is en ergens op slaat. ­Iemand die ik ken had het woord “slaaf” in zijn boek gebruikt, en de redacteur had daarvan gemaakt: “een tot slaaf gemaakte”. Maar “een tot slaaf gemaakte” is een al even groot pleonasme als “een witte schimmel”.

´Niemand wordt toch vrijwillig slaaf! Bovendien bekt het ­helemaal niet meer, “een tot slaaf gemaakte” – klinkt ­vreselijk.

´Ik moet ook nog altijd uitzoeken hoe het taalkundig zit met het verwijzen naar de lgbtq-gemeenschap.

´Die genderneutrale voornaamwoorden, hen/hun, die brengen iedereen in de war. Waarom een meervoud als het om een enkelvoud gaat, en waarom een verbogen vorm als het een subject betreft? Dat zijn allemaal geforceerde en merkwaardige dingen.

´Ik ben best bereid om nieuwe regels te volgen, maar ze moeten helder zijn en steek houden.

´Wat is dat ook met al die “gemeenschappen”? Iedereen moet ineens in een groep passen, en vervolgens vanuit die groep gaan ­redeneren en ageren.’

Misschien omdat we …

‘Maar we moeten niet over “we” spreken. Dat bedoel ik net. We zijn geen “we”. Iedereen en vooral een schrijver moet namens zichzelf spreken. Anders wordt het toch allemaal koekoek één zang?

´Als het mooi weer is, sta ik soms lang naar het speeltuintje in het Westerpark te kijken en dan zie ik altijd twee of drie kinderen die níét meedoen in de groep, en dan denk ik: goed zo, jullie zullen grote mensen worden. Jullie zijn niet van die sociale stinkers die niets anders weten te doen dan bruggen bouwen (lacht).

´Ik maak zelf van geen enkele groep deel uit.

´Iemand, een man nog wel, zei me ooit eens: maar jij bent een vrouw, jij maakt dus sowieso deel uit van een groep, de halve wereld is namelijk jouw groep. En dat is een groep waarmee ik ook nog eens vanzelfsprekend solidair zou moeten zijn.

´Hoezo? Waarom zou ik zonder aanziens van de persoon solidair moeten zijn met mijn eigen geslacht? Ik begrijp daar niets van.

´Ik ken de aardigste, liefste en intelligentste vrouwen met wie ik graag solidair ben. Maar “dé vrouw”? Waarom zou die zomaar op mijn solidariteit moeten kunnen rekenen?’

Omdat die het meer kon en kan gebruiken?

‘Je kan toch maar niet zomaar iedereen gebruiken? ­Natuurlijk heeft de vrouw een achterstand gehad, dat zal niemand ontkennen, maar ik heb zelf altijd op mijn eentje geknokt.

´Ik vind elke voorkeursbe­handeling beledigend, zowel voor wie het betreft als voor wie het niet betreft. Ik heb nooit op het feminisme ­geleund, en dat heeft het feminisme mij dan weer ­kwalijk ge­nomen – je zou denken dat feministen van vrouwen houden, maar dat doen ze dan toch blijkbaar alleen onder strikte voorwaarden.

´Maar goed, ik heb het gewoon nooit gewild, ik heb nooit de nood gevoeld me als feminist te manifesteren. Zoals ik zei: ik heb een gruwelijke hekel aan om het even welke groep.

´Bovendien heb ik wel wat anders te doen.’

Charlotte Mutsaers Beeld Sanne De Wilde

Ook dat had u als kind al?

‘Ik ben individueel opgevoed, ja. En best wel streng. Dat zou nu niet meer kunnen. Mijn zus, mijn broer en ik mochten voor 18 uur bijvoorbeeld nooit de woon­kamer binnen, want daar zaten mijn ouders tot dan aan de borrel. En dat begrijp ik nu eigenlijk heel goed.

´Wij hebben zelf nooit kinderen gehad, wij hadden honden, en dan kom je niet vaak meer bij mensen die wel kinderen hebben. Al dat gekrioel om je heen, je bent dat niet gewoon.

´Zodra vrienden van ons kinderen kregen, was het dus meestal gauw gedaan. Laat ik in deze tijden voor de zekerheid benadrukken dat ik niets tegen kinderen heb, of tegen mensen met kinderen, alleen hoef ik er niet vanzelfsprekend graag bij te zijn. Toch?

´Ik begrijp die nood van mijn ouders dus heel goed. En al die uren konden wij trouwens ook vrijuit doen wat we wilden in de kinderkamer, dat vond ik heerlijk.

´Ook als kind heb je behoefte aan ­privacy, dat lijken we te zijn vergeten. Zolang de ­ouders een kind vertrouwen en veiligheid kunnen ­geven, hoef je niet de hele tijd naast mekaar te zitten. Dat is met een hond net zo.

U vergelijkt ze graag.

‘Natuurlijk. Het is toch ook een volstrekt vergelijkbare rol?

´Je hebt het paar, en dan heb je er nog iemand bij voor wie dat paar zorgt. Een hond of een kind.’

Vijf kilometer

Lola gooit een balletje op. Haar lange ochtend­wandeling moest ze inruilen voor dit gesprek, en de bereidwilligheid begint op te geraken.

Samen met Lola loopt Charlotte Mutsaers elke dag minstens vijf kilometer. ‘Liever tien, maar dat hangt van het weer af.’

Het is de enige reden waarom ze haar iPhone meeneemt op wandel: om de afstand te checken. Als ’s avonds blijkt dat ze de vijf kilometer niet hebben ­gehaald, dan maken ze nog een extra ommetje. ­

‘Structuur is een heel belangrijk iets. Structuur en ­discipline. Na liefde en vriendschap komt het zo on­geveer daarop neer in dit leven. Als je die niet hebt, dan red je het niet als je lief overlijdt. Dan red je het gewoon niet.

´Structuur en discipline heb je trouwens ook nodig voor het leven zelf om overeind te blijven. Dat wordt te vaak vergeten, of gewoonweg onderschat. Ben je nog altijd aan het opnemen trouwens?’

Ja. Zal ik het uitzetten?

‘Nee. Ik wou het gewoon even weten.’

Bezorgt u dat stress?

‘Ik wil alert blijven. Niet dat ik jou niet vertrouw, maar ik heb nu eenmaal hele vervelende ervaringen op dat vlak.’

De vervelende ervaring dateert van vijf jaar geleden, net na het verschijnen van Harnas van hansaplast. In die roman vertelt ze dat ze in de nalatenschap van haar broer onder andere veel pornotijdschriften had ge­vonden, waaronder ook kinderporno, en dat ze dat ze vervolgens had doorverkocht.

In een aansluitend ­interview in de Volkskrant Magazine had ze het waarheidsgehalte daarvan niet ontkend.

‘Omdat ik nooit in de plaats van het boek wil spreken.’

De heisa die volgde, had ze niet zien aankomen. Het werd een heisa die ineens ook het hele boek opslokte.

‘Natuurlijk ga ik toch geen kinderporno verkopen. Het idee! Maar de meeste mensen geloven meteen alles wat hen wordt voorgeschoteld en doen zelden zelf nog onderzoek.

´Een ­heleboel mensen hebben mijn boek dus niet meer ­willen lezen. Heel jammer, want dan hadden ze het in de context kunnen zien. Het is ook maar een kleine scène in het boek. Ook al waren er gelukkig nog wel heel wat mensen die het een prachtig boek vonden, toch kreeg het nog maar weinig kans. Het ging alleen nog over het schandaaltje.

´Net zo met Matthijs van Nieuwkerk nu. Ik vond De wereld draait door geen goed programma, al zéker niet wanneer het over boeken ging. Al snap ik best wel dat je er als schrijver naartoe ging, want commercieel had dat programma ongelooflijk veel macht, té veel macht. Maar de snelle oppervlakkigheid was stuitend. En dáárover mag er kritiek zijn, daarover had er véél meer kritiek moeten zijn, maar die bleef doorgaans uit.

Maar wat achter de schermen gebeurde …

‘Dat gebeurde achter de schermen, en dat moesten ze daar ook maar hebben opgelost. Daar heeft de krant geen zaken mee.

´Overál zijn er schermen, iederéén heeft een leven achter de schermen, sodemieter op zeg, dat is gewoon zo.

´Ook jij hebt met je lief gesprekken achter de schermen. En heb je daarbij nog nooit eens gedacht: wat goed dat de wereld ons nu niet hoort?

´Maar nu wil iedereen weten wat het dan wel was dat je daar achter de schermen tegen je lief hebt gezegd waarvan je blij was dat de wereld het niet hoorde. Laat de schermen toch de schermen zijn!

´Dat is mijn standpunt. Vast geen populair, ik ben me ervan bewust (lacht).

´Kijk, vroeger kon ik dat allemaal bij Jan kwijt. Dat zijn van die dingen waarvan je niet kunt inschatten hoe belangrijk ze zijn tot je ze kwijt bent: dat je alles bij mekaar kunt ventileren en in alle veiligheid mag zeggen wat je wil.

´Dat je iemand hebt bij wie je niet op je woorden hoeft te letten. Heerlijk!

Let u nu bij het schrijven zelf op uw woorden?

‘Ik hoop van niet. Maar die heerlijke, totale vrijheid die het schrijven en het schilderen mij vroeger gaf, die voel ik toch niet meer, nee.

´Ik hoor constant de stem van sensitivityreaders in mijn hoofd die zegt: hier komt rotzooi van! Al heb ik daar bij mijn huidige uit­geverij gelukkig geen last van, dus ik werk gewoon door.

´Ik ben nu aan een boek bezig, al van lang voor de dood van Jan, en die draad pik ik zo langzaamaan weer op. In december ga ik terug naar Oostende, ver weg van ­alle Amsterdamse drama en administratie. Daar hoop ik dat ik weer lekker kan werken. In optima ­forma.’

Nog zo’n Latijnse favoriet.

Harnas van hansaplast

Wikipedia


Op dinsdag 6 december 2022 ontving Charlotte Mutsaers (na twee jaar uitstel) de VUB-Luc Bucquoye Prijs voor Literatuur 2020, en gaat ze in debat. bozar.be


Charlotte Mutsaers Beeld Sanne De Wilde

Lees meer interviews

Het leven – Een gebruiksaanwijzing


Bron: De Standaard

Naar Facebook

Naar de website


Scroll naar boven