Uitkijkpost – Beste Conner Rousseau


Elk weekend schrijft Joël De Ceulaer een licht satirisch getinte brief aan de (m/v/x) van de week. Hier kunt u die brief lezen of beluisteren.

Joël De Ceulaer – De MorgenBeluister de brief


´Beste Conner Rousseau, ik klasseer uw uitspraak als gitzwart, rauw racisme.´

Beste Conner Rousseau,

De concurrentie was moordend deze week. In Nederland vond een tafel vol laffe, nare, groezelige mannetjes het nodig om het op een hartelijk bulderen te zetten nadat een van hen had bekend ooit een vrouw te hebben verkracht met een kaars.

Ook in eigen land lag de inspiratie deze week voor het rapen. Zo lanceerde minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden een burgerbevraging over de structuur van dit land waar geen kat haar jongen in terugvond: die enquête was veel complexer en hing met nóg meer haken en ogen aan elkaar dan de Belgische staat zelf – il faut le faire! Ook mevrouw Verlinden had ik graag eens een brief gestuurd, maar dat zal voor een andere keer zijn.

U bent immers, ondanks alles, voor mij de man van de week. U hebt ons een talent laten zien dat we nog niet van u kenden.

Dat u zich thuisvoelt in een konijnenpak wisten we al. Sinds dinsdag weten we dat ook de hondenfluit voor u geen geheimen kent – u kunt daar potverdorie een aardig deuntje op tevoorschijn toveren. Voor u denkt dat ik schunnige praatjes verkoop: ik hanteer hier de politiek-filosofische invulling van het concept.

Een authentiek hondenfluitje brengt een geluid voort dat alleen door honden waarneembaar is. Je kunt er dus naar hartenlust op blazen zonder dat je medemens er iets van merkt.

Een politiek hondenfluitje brengt een – vaak groezelige – boodschap voort die alleen de goede verstaander begrijpt. Je kunt er ook naar hartenlust op blazen zonder je argeloze medemens te verontrusten. Je kunt toeteren en doen alsof er niets gebeurd is.

ZINNETJE

Zo ging het met dat zinnetje van u uit het ondertussen beruchte Humo-interview: “Als ik door Molenbeek rijd, voel ik me ook niet in België.”

De halve Wetstraat heeft die frase al onder het vergrootglas gelegd, ook heel wat van uw partijgenoten, en zo worden wij nu verondersteld om te geloven dat u het over taal en integratie had.

Ziehier de hondenfluit in actie: de argeloze luisteraar doet zijn best om een bepaalde boodschap te horen, maar wat écht gezegd werd, is iets he-le-maal anders. Dat horen alleen de goede verstaanders, onder wie: uw nederige dienaar.

Sinds ik op Zwarte Zondag in november 1991 de nacht doorbracht in het hoofdkwartier van het Vlaams Blok, ben ik getraind op het detecteren van de ware betekenis in dit soort ogenschijnlijk onschuldige zinnetjes.

Ik weet dat u een man bent van de parler vrai, zoals uw partijgenote Hannelore Goeman dinsdag in De afspraak zei. U gaat geen taboe uit weg. Praten met meel in de mond is niet aan u besteed. U zegt de dingen zoals ze zijn. Eerlijk duurt het langst! En zo is het maar net.

Ik kleef precies dezelfde levenshouding aan. U zult het mij dan ook niet euvel duiden dat ik die uitspraak van u klasseer als gitzwart, rauw racisme. Voor uw Instagram-volgers laat ik het een beetje swingen: “It’s racism, bitches!

SCHRIKKEN

Ten eerste: als u door Molenbeek rijdt – in uw dikke partijkar met chauffeur – dan kunt u toch niet horen welke taal de mensen spreken of zien welke nationaliteit ze hebben. Daarvoor zou u over paranormale, buitenzintuigelijke krachten moeten beschikken.

Het enige, mijnheer Rousseau, wat u kunt doen als u door Molenbeek zoeft, is: kijken, zien, waarnemen, prikkels opvangen via het kanaal van de opengesperde ogen. En wat u dan percipieert, zijn – om in het jargon van 1991 te blijven – geweldig veel bruine mannen en vrouwen met een hoofddoek. Niet meteen het beeld van België zoals u dat hebt leren kennen in uw favoriete tv-serie F.C De Kampioenen. En dat is vast wel schrikken.

U deed er nog een schep bovenop, in Humo.

Nadat u een eerste keer de hondenfluit had beblazen, voegde u eraan toe: “Maar de meeste van die mensen zijn hier geboren.” Daar klonk wat spijt in door. En de stille boodschap, hoorbaar voor de goede luisteraar: “We kunnen ze nu toch moeilijk het land uitzetten.” Want dat is nog altijd een stiekeme wens die velen koesteren. Het is niet mogelijk, nee, maar u voelt dat verlangen en wil daar op inspelen.

Behoorlijk tragisch: net nu radicaal rechts zich op de koopkracht richt, begint u in de beerput van het migratiedebat te roeren.

BOB COOLS

Een kleine anekdote, over een grote socialist: Bob Cools. Toen die in de jaren zeventig op het Antwerpse Zuid zijn verkeersplannen ging toelichten, hadden mensen maar één vraag: “Wat gade gij met al die vreemdelingen doen?”

En er was maar één antwoord dat voor veel Antwerpenaren aanvaardbaar was: het vliegtuig in en terug naar hun land!

Met die belofte snoepte het Vlaams Blok een groot deel van uw kiezers weg. Uiteraard wil u hen op deze manier terughalen. Maar ik denk dat het nog erger is: dat u het méénde.

België is een liberale democratie, zonder eerste- en tweederangsburgers. Wie zich op Belgisch grondgebied bevindt, tussen allemaal andere Belgen, en zegt dat hij zich niet in België voelt, moet zich beter aanpassen.

Groeten uit Molenbeek

Joël De Ceulaer, senior writer

Beeld Studio Caro

Bron: De Morgen

Naar Facebook

Naar de website


Scroll naar boven