De plek – Journaliste Jolien De Bouw over het radicale en conservatieve Frankrijk


Honderd jaar na meesterverteller Joseph Roth, trok correspondente Jolien De Bouw door ‘zijn’ Frankrijk. In Avignon reflecteert ze over wat verloren ging. En over wat mooi blijft. “De Fransen vechten niet voor wat ze hebben. Ze zien het zelfs niet. Dat neem ik hen kwalijk.”

Kasper Goethals – De Standaard

13 augustus 2026

Leestijd: 18 min


De plek

In de reeks ‘De plek’
zoeken we auteurs en hun landschap op,
om over hun schouder mee te kijken
naar wat ze zien wanneer ze schrijven.


“Als de wereld een Frans café was,
dan waren we gered”

Jolien De Bouw


In Avignon moet je overdag aankomen, schreef Joseph Roth.

Jolien De Bouw (37) is het met hem eens. Ik ben nog onderweg vanuit Parijs als ze waarschuwt dat ik niet mag vergeten naar buiten te kijken.

“Als je nu met de trein komt, heb je het mooiste licht bij het aanrijden.”

Dat licht ja, daarover had Roth het ook. Daarvoor moeten we in het Franse zuiden zijn, in de witte steden, onder het koperen licht.

Avignon is de stad waar je nog écht kan leven als God in Frankrijk”, belooft De Bouw.

Gehoorzaam kijk ik naar de zon die over de landerijen en heuvels wegzakt.

Zelfs na een maand van brand en droogte, tussen al het gele gras door, oogt Frankrijk nog dromerig.

Wijnranken en abrikozenboomgaarden, eindeloze velden vol kuiflavendel en zonnebloemen die verleidelijk over hun schouders naar de felle zon lonken.

Her en der een lelijk fabriekspand of een kerncentrale.

En dan plots: de Rhône. Van alle Franse rivieren is de Rhône de meest machtige. Anderhalf miljoen liter water per seconde passeert er, ruim vijftigduizend olympische baden per dag. Nu eens azuurblauw, dan weer smaragdgroen.

Jolien De Bouw

  • (1989)
  • Belgische journaliste en schrijfster
  • Is correspondente voor De Standaard.
  • Ze schreef Als Roth in Frankrijk.
    Een literaire reis door le Midi waarin ze haar Franse reportages afzet tegen die van de Habsburgse meesterverteller.

Op zoek naar een glas rosé tref ik De Bouw bij Mon Bar, een oer-Frans cafeetje op een hoek in het centrum.

Op de tafeltjes zijn de namen van kroegtijgers en vaste kaarters in bronzen plaatjes gegraveerd. Helaas gaan de stoelen net op tafel. De waard is helemaal klaar met de hitte en de dag.

“We komen morgenochtend wel terug”, zegt De Bouw.

“Voor een koffie en een croissant.”

Wanneer ze alleen op reportage is in Frankrijk, voor De Standaard, schrijft ze het liefst in cafés.

“Midden tussen de mensen, heerlijk. De cafés zijn het cement van een gemeenschap. Mensen kunnen er nog van mening verschillen zonder dat het hele land verscheurd raakt, in tegenstelling tot onlinedebatten. Helaas verdwijnen de volkscafés op veel plekken.”

Front view of Mon Bar with its terrace occupied by customers enjoying drinks in Avignon in Vaucluse in Provence in France on July 30, 2026. The neighborhood cafe reflects the relaxed rhythm of daily life and remains a popular meeting place for local residents and visitors.
Vue de la facade de Mon Bar avec sa terrasse occupee par des clients a Avignon dans le Vaucluse en Provence en France le 30 Juillet 2026. Ce cafe de quartier reflete le rythme paisible de la vie quotidienne et demeure un lieu de rencontre apprecie des habitants comme des visiteurs.
Mon Bar. © Florence Demeusy

De Bouw en ik zijn al jaren collega’s, maar we hebben elkaar nooit lang gesproken. Net als andere lezers ken ik haar van de reportages in de krant, waar ze – soms op slechts één pagina – achteloos diepere lagen weet aan te boren.

Het verklaart waarom ze uitgerekend Joseph Roth achterna wilde met haar boek.

Die Oostenrijks-Hongaarse meester van de korte reportages trok in 1925 al door Zuid-Frankrijk.

In zijn tijdloze teksten, vertaald naar het Nederlands door Els Snick onder de titel In het land van de eeuwige zomer, keek hij met roze bril naar het Frankrijk van tussen de oorlogen.

De Bouw besloot de honderdste verjaardag van de reportages aan te grijpen om te onderzoeken of er nog iets van die idylle overblijft.

“Ik herken me wel een beetje in Roth .”

Ben je net zo’n alcoholist als hij?

“Gelukkig verschil ik op genoeg vlakken van Roth. (lacht) Maar je vindt mij ook meestal in het café.

“Als ik op reportage ga, is het de eerste plek waar ik naartoe ga. Voor dit boek heb ik het ook zo gedaan. Ik zet me aan de toog, bestel een koffietje en de gesprekken komen vanzelf. Het zijn plekken om inspiratie en moed te tanken.

Balzac zei niet voor niets dat het café het parlement van het volk is. Het werkt echt als een medicijn tegen radicalisering.”

Hoe dan?

“Laatst zat ik in de PMU (Pari mutuel urbain, een typisch Franse bruine kroeg waar je op paardenraces kan wedden, red.) van een dorp in Pas-de-Calais.

“De notaris was daar en de apotheker kwam binnen voor zijn pakje sigaretten. Er waren een boer, een gepensioneerde en een werkloze.

“Nergens anders vinden die mensen elkaar nog. Ze hadden verschillende meningen over zowat alles, maar ze konden nog luisteren naar elkaar. Achter een schermpje thuis lukt dat niet meer.

“Schelden is online veel te gemakkelijk en mensen sluiten zich op in hun eigen gelijk.

“Was de wereld een Frans café, dan waren we gered.”

© Florence Demeusy
Table dedicated to Marcel the first owner of Mon Bar remain displayed inside the establishment in Avignon in Vaucluse in Provence in France on July 30, 2026. his favorite seat and the place marked with his name preserve the memory of a figure closely associated with the history and identity of the bar.
La table a Marcel premier proprietaire de Mon Bar sont toujours exposes dans letablissement a Avignon dans le Vaucluse en Provence en France le 30 Juillet 2026. Sa place favorite et lendroit portant son nom conservent la memoire dune figure intimement liee a lhistoire et a lidentite du bar.
© Florence Demeusy
© Florence Demeusy
© Florence Demeusy
© Florence Demeusy

In de Franse cafés wordt toch ook flink gesakkerd?

“De Fransen klagen. Altijd en over alles. Het is een volk van râleurs. Het is altijd de schuld van iemand anders, of beter nog: van de overheid. Eigen verantwoordelijkheid is een onbekend concept onder Fransen.

“Ze klagen over het verdwijnen van hun eetcultuur, maar ze eten zelf het liefst pizza, hamburger en kebab.

“Ze klagen dat de boeren verdwijnen, maar kopen dan een zompig pain de mie bij Harry’s, met een industriële camembert ernaast. Zeker geen AOP (Appellation d’Origine Protégée, red.).

“Dat kan mij wel eens moedeloos maken, want dit land verdient meer dan dat. Je kunt hier echt bijzonder goed leven, de culturele rijkdom zou ik niet kunnen missen, maar ze wordt niet gekoesterd.”

TGV-steden

Jolien De Bouw neemt me mee naar La cave des pas sages. We vinden een plekje onder drie platanen in een elleboog van de Rue des Teinturiers, waar het kabbelende water in een negentiende-eeuws kanaaltje een aangename koelte verspreidt.

Aan de toog vlooit De Bouw uit dat dit het hart was van de zijdespinnerijen en de ververs.

“Het is typisch zo’n straatje dat Avignon bijzonder maakt”, zegt ze.

“Natuurlijk heb je in de stad massatoerisme, dat met de TGV de stad bereikt. Dat houdt de economie in leven en houdt de verloedering tegen.

“Maar je hebt ook stille hoekjes, lokale cultuur, fantastische cafeetjes en restaurants waar de koks trots zijn op wat ze voorschotelen.

“Vreemd genoeg heerst er desondanks een grote rust in Avignon .”

Je spreekt in je boek van ’TGV-steden’. Daarmee gaat het goed, terwijl het in de rest van Frankrijk zwaar leven is.

“Haal de TGV weg uit Avignon en je krijgt een totaal andere stad. De treinen bepalen in welk Frankrijk je bent. De TGV-metropolen krijgen investeringen en trekken jonge mensen aan. De steden met normale treinverbindingen zien er minder blits uit.

“Maar de echte verschillen zie je in het Frankrijk waar geen treinen meer komen. Daar vertraagt het leven snel.

“De cafés sluiten, de supermarkten zijn te ver, de jongeren verdwijnen. Ik heb op zo’n plek gewoond in Picardië.

“Mijn vriend en ik wilden geitenboeren worden. Achteraf bleken de regels te streng om zelf geitenkaas te mogen verkopen, maar ik heb het andere Frankrijk toen wel van dichtbij leren kennen.”

Dat is het Frankrijk van de gele hesjes?

“Mijn buren waren gele hesjes. Ik gaf toen les aan de Sorbonne en moest regelmatig naar Parijs. Zij stonden aan de kruispunten waar ik langsreed.

“Dat pendelen heeft mijn ogen geopend voor de enorme kloof. Wat ik hoorde in Parijs over de gele hesjes strookte niet met wat ik met mijn eigen ogen zag. En wat mijn landelijke vrienden zeiden over de elite in Parijs klopte ook niet.

“Dat waren twee werelden die elkaar absoluut niet begrepen en ook niet wilden begrijpen.”

Parijs zag die mensen als maffe complot denkers en pro-Russische geweldenaars.

“Inderdaad. Ze werden weggezet als marginalen en profiteurs. Later is het ontspoord, maar in het begin was het juist een beweging van hoop.

“Ik dacht dat er ogen zouden opengaan. ‘Eindelijk komt er een debat over de ontsporende ongelijkheid’, dacht ik. Die ongelijkheid begint al vanaf de geboorte en ze is onrechtvaardig.”

Hoezo?

“Ons avontuur op het platteland is geëindigd na de geboorte van ons eerste kind.

“Als je in Frankrijk voldoende kansen wil geven aan je kind moet je bijna naar de TGV-steden. Welk diploma je hebt, is hier enorm belangrijk. En een goed diploma krijg je meestal pas als je op de juiste school hebt gezeten.

“Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar bijna niemand uit de banlieues of de vergeten stukjes van de campagne komt terecht in de Grandes Écoles.

“Wij hadden het geluk dat vertrekken voor ons een mogelijkheid was, maar voor veel Fransen bestaat die optie niet.”

Emmanuel Macron beloofde bij zijn aantreden de kloof te dichten en richtte burgerpanels op. Waren dat allemaal holle praatjes?

“Je vraagt je af wat er met al die brieven is gebeurd die de Fransen hebben gestuurd. Die liggen ergens in een kamer in Parijs en de deur is op slot.”

Dat is toch heel raar?

“Ja, want dat wreekt zich. De gele hesjes waren politiek erg divers, maar extreemrechts heeft veel ontgoochelde mensen tegen de borst gedrukt.

“Frankrijk is natuurlijk altijd een land geweest van paroles, maar het is zo’n zonde. De ideeën en intellectuele capaciteit zijn er, maar er gebeurt heel weinig.

“Omgekeerd blijft de landelijke bevolking ironisch genoeg ook erg op Parijs en Vadertje Staat gericht. Voor werkelijk alles wat misgaat, kijken de Fransen naar de staat.”

“Ik was voor een reportage in Revin, een voormalige mijnwerkersstreek in de Franse Ardennen. Dat is daar miserie en leegloop, en wat doet de Fransman? Erbij neerzitten. Hij ziet dat als zijn lot.

“Dat ligt toch ook aan de mentaliteit. In de negentiende eeuw trokken de Vlamingen met tienduizenden per jaar naar Noord-Frankrijk om daar te werken. Vandaag is er veel meer werk in West-Vlaanderen dan in Frans-Vlaanderen, maar zie je weinig mensen die stap zetten.”

Overijverige arts

Tijdens het schrijven van haar boek werd Jolien De Bouw ziek.

Allez, ziek. Twee maanden na de operaties kon ik opnieuw aan het werk.”

Een overijverige arts die zich verbaasde over het feit dat De Bouw plots bijziend werd, schreef een hersenscan voor. Daarbij werd een gezwel aangetroffen.

“Achteraf bleek dat mijn ogen er niets mee te maken hadden. De tumor zat vooraan, terwijl alles wat met de ogen te maken heeft achteraan zit.”

Ze glimlacht, mild voor zichzelf en de harde werkelijkheid.

“Ik heb mijn leven te danken aan de Franse gezondheidszorg. Dat is echt een modern wonder. Al zien de Fransen dat niet zo. Die klagen natuurlijk ook over de gezondheidszorg.”

Terwijl die tot de beste ter wereld behoort?

“Aan de buitenkant ziet mijn ziekenhuis in Rijsel eruit als een uiteenvallende Sovjetflat, maar de zorg is buitengewoon. En het kost me helemaal niets.

“De prof in Rijsel die mij behandelt, behoort tot de beste van het land. Ik heb nu twee operaties gehad en ik heb niets te klagen. Ik kan het iedereen aanraden.” (lacht)

Portrait of Jolien De Bow in front of the Palais des Papes in Avignon in Vaucluse in Provence in France on July 30, 2026. The medieval monument is one of the main symbols of Avignon and an essential landmark of the historic city.
Portrait de Jolien De Bow devant le Palais des Papes a Avignon dans le Vaucluse en Provence en France le 30 Juillet 2026. Le monument medieval constitue un des principaux symboles d Avignon et un element majeur de son patrimoine historique.
© Florence Demeusy
Close up of Jolien De Bow hand touching the only patch of vegetation growing from the wall of the Palais des Papes in Avignon in Vaucluse in Provence in France on July 30, 2026. The small plant contrasts with the massive medieval stone architecture.
Gros plan sur la main de Jolien De Bow touchant le seul point de verdure poussant sur le mur du Palais des Papes a Avignon dans le Vaucluse en Provence en France le 30 Juillet 2026. Cette plante contraste avec l imposante architecture medievale en pierre.
© Florence Demeusy
Portrait of Jolien De Bow in front of the Palais des Papes in Avignon in Vaucluse in Provence in France on July 30, 2026. The medieval monument is one of the main symbols of Avignon and an essential landmark of the historic city.
Portrait de Jolien De Bow devant le Palais des Papes a Avignon dans le Vaucluse en Provence en France le 30 Juillet 2026. Le monument medieval constitue un des principaux symboles d Avignon et un element majeur de son patrimoine historique.
© Florence Demeusy

Het moet toch akelig geweest zijn.

“De eerste tien dagen nadat mijn huisarts het woord ‘hersentumor’ had uitgesproken waren vreselijk. Toen voelde ik voor het eerst in mijn leven een soort primaire angst. Maar zodra ik de prof te spreken kreeg, werd ik kalmer.

“Het ligt ook niet echt in mijn aard om de dingen te dramatiseren. Misschien is het zelfs nog altijd niet helemaal doorgedrongen. Al heb ik inmiddels wel gemerkt dat mijn zenuwstelsel langer moet herstellen dan mijn lichaam.”

Wat betekent dat?

“Dat ik veel minder aankan. Ik was fysiek volledig genezen van de operatie. Ik ben daar, denk ik, een maand lang heel moe van geweest. Meer niet. Daarna nog twee maanden rust en dan ben ik weer beginnen te werken aan een normaal ritme.

“Maar dan, na een paar maanden, merkte ik dat ik mijn oude ritme niet meer aankon. Ik ervaar hierdoor een mentale moeheid en begin over dingen te twijfelen waar ik vroeger niet aan twijfelde.

“Mijn zenuwstelsel heeft onder een enorme spanning gestaan. Dat heeft meer tijd nodig om te herstellen dan een lijf.”

Je werkt ook freelance. Was je eigenlijk een beetje beschermd?

“Helemaal niet. Ik was vergeten een verzekering te nemen voor inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid. Echt, ik kan het iedereen aanraden dat wel te doen.

“Als zelfstandige viel ik door mijn ziekte terug op de sécurité sociale – ongeveer 400 à 500 euro per maand. Gelukkig had mijn man een goed loon en konden we rondkomen.

“Zo’n verzekering kan ik nu niet meer krijgen, want de kanker die ik heb gekregen is recidivistisch. Na de operaties blijven er schilfertjes achter die ze niet kunnen zien.

“Het is 100 procent zeker dat het terugkomt. Daardoor kan ik ook geen lening meer krijgen bij een bank, want ik kan nooit ’genezen’ worden verklaard.”

Sta je nu anders in het leven?

“Ik had natuurlijk gehoopt dat ik het licht zou zien, zoals je soms leest, maar daar wacht ik nog altijd op. Het herinnert je wel aan wat van belang is.

“Het werd mij snel duidelijk dat ik niet zo bang was voor de eindigheid van het leven, maar wel voor het achterlaten – vooral van mijn kinderen. Al is het ook niet zo dat ik daardoor nu meer geduld met hen heb, of veel meer tijd met hen doorbreng.”

Aan je reportages kun je zien dat er iets is veranderd, vind ik.

“Hoezo?”

Je lijkt andere verhalen op te zoeken. De onderwerpen die je kiest, gaan over grote maatschappelijke veranderingen op het terrein.

“Puur voor het geld doe ik deze job niet. Dus zeker nu ik me bewuster ben van de eindigheid, wil ik iets doen waar ik persoonlijk voldoening uithaal.

“Als journalist doe ik niets liever dan observeren: ergens gaan zitten om een lokale puzzel in elkaar te zien vallen.

“Ik ben minder bezig met de snelste te zijn en laat de artikels die achter een bureau worden gemaakt wat vaker passeren.”

Lelijk Frankrijk

De volgende ochtend treffen we elkaar weer bij Mon Bar. Als plekken als deze niet bestonden, dan moesten we ze uitvinden. De wind waait door de open deuren met glasramen.

Aan een tafeltje zit een gepensioneerde Brusselaar met zijn eerste biertje van de dag. Hij zegt dat het leven in Avignon “het mooiste ter wereld” is. Ooit werkte hij in de beste etablissementen rond de Grote Markt, nu woont hij al decennia hier.

A Belgian customer sits inside Mon Bar in Avignon in Vaucluse in Provence in France on July 30, 2026. The scene suggests that the establishment has become a favorite place for visitors seeking the authentic atmosphere of the neighborhood.
Un client belge est assis a Mon Bar a Avignon dans le Vaucluse en Provence en France le 30 Juillet 2026. La scene suggere que letablissement est devenu un lieu de predilection pour les visiteurs en quete de l atmosphere authentique du quartier.
Een Brusselaar in Mon Bar. © Florence Demeusy

“Je hoeft niet op de brug te komen om te dansen in Avignon”, zegt hij. Juist, on y danse! Maar dat hoeft ook voor De Bouw niet per se.

“Het is er veel te heet”, zegt ze. “Dat kunnen we overslaan, als je het goed vindt.”

In de plaats trekken we naar het Palais des Papes. Het enorme gotische paleis werd door Napoleontische soldaten en hun opvolgers omgetoverd tot een kazerne en helemaal beklad.

In zijn reportages beklaagde Roth zich al over de militaire autoriteiten die “niet wisten wat ze deden toen ze de fraaie muurschilderingen wit lieten kalken”.

Dat de herstelwerken “vreselijk traag” gingen, kon hij al vaststellen. Dat ze een eeuw later nog altijd bezig zouden zijn wellicht niet.

In haar boek toont De Bouw hoe Frankrijk vaak lelijker is geworden.

“Bomen en gras proberen nog weerstand te bieden”, schrijft ze bijvoorbeeld over het grauwe Vienne.

“Maar in die stenen zee van troosteloosheid neigt ook hun groen naar grijs.”

Jolien De Bow walks through the historic streets of Avignon in Vaucluse in Provence in France on July 30, 2026. The Belgian journalist explores the places she enjoys returning to during her regular holidays for a report published by De Standaard.
Jolien De Bow marche dans les rues historiques d Avignon dans le Vaucluse en Provence en France le 30 Juillet 2026. La journaliste belge decouvre les lieux quelle aime retrouver lors de ses vacances regulieres pour un reportage publie par De Standaard.
© Florence Demeusy
Jolien De Bow refreshes herself at the fountain in Parc des Vergers with the Palais des Papes in the background in Avignon in Vaucluse in Provence in France on July 30, 2026. The scene combines urban nature with one of the city most iconic historic landmarks.
Jolien De Bow se rafraichit a la fontaine du Parc des Vergers avec le Palais des Papes en arriere plan a Avignon dans le Vaucluse en Provence en France le 30 Juillet 2026. La scene associe un espace de nature en ville a un des monuments historiques les plus emblematiques de la cite.
© Florence Demeusy

Een eeuw is lang, als de tijd zo snel gaat. Wat zijn de voornaamste veranderingen sinds Roth hier rondliep?

“Dat de wereld Frankrijk is binnengekomen. De mondialisering heeft het unieke karakter van het land zeker ook pijn gedaan.

“Er is meer eenheidsworst. Dat zie je in de straten, aan de lelijke vierkante gebouwen en de felgekleurde ketens, die met weinig respect voor het erfgoed zijn neergeploft.

“Ik begrijp dat iedereen mee moet met de tijd, dat Frankrijk vooruit moet, maar voor een volk dat zo veel klaagt over wat verdwijnt, wordt er wel heel weinig gevochten voor wat mooi is.

“De Fransen zien de schoonheid van wat ze hebben niet eens.”

Je verwijt de Fransen een gebrek aan burgerschap. Leg eens uit.

“Net als Roth ben ik enorm liefhebber van de revolutionaire waarden van de Republiek: liberté, égalité, fraternité.

“Maar ik vrees dat zowel de modale Fransman als de politici ze vergeten zijn. Ik durf dat de Fransen echt kwalijk te nemen. Ze lijken nog nauwelijks waarde te hechten aan de rijke traditie waar ze uit voortkomen.

“Vlamingen denken nog altijd dat Fransen trots zijn, maar in de vijftien jaar dat ik hier woon, heb ik daar weinig van gezien.”

Kennen de Fransen hun revolutie niet meer?

“Natuurlijk heb je jongeren aan de beste universiteiten die gepassioneerd kunnen oreren over de republiek. En mijn zoon van negen jaar moet op een normale publieke school in Lille stevige Franse gedichten uit het hoofd leren, en Jean de La Fontaine bestuderen.

“Maar ga ergens in de Diagonale du vide (de dunbevolkte strook die van noordoost naar zuidwest door Frankrijk loopt, red.) naar een zone commerciale in een landelijke gemeente en het is een ander verhaal.

“Ik zie Frankrijk heel graag, maar ik begin Frans te worden, dus ook ik erger me soms enorm aan dit land.”

Volgend jaar zijn er verkiezingen. Valt Marine Le Pen nog tegen te houden?

“Misschien niet. Misschien heeft Frankrijk wel een schok nodig.

“De Fransen zijn altijd op zoek naar een redder van de natie die ze tot koning kunnen kronen, om die vervolgens weer te onthoofden.

“Ik denk dat Le Pen een ramp zou zijn voor de staatskas. Maar ik denk niet dat ze een fascist is.

“Het was voor mij een openbaring toen ik naar de rally’s van Rassemblement National kwam, hier in de buurt van Avignon.

“De grote Franse media schreven achteraf dingen die ik helemaal niet had gezien. Daar heb ik pas gemerkt hoe gekleurd de kijk vanuit de hoofdstad kan zijn.”

Jij rook geen ‘parfum du fascisme’?

“De quotes waar zij mee kwamen, gingen inderdaad allemaal over racisme en fascisme. Terwijl ik tussen de mensen stond om een babbeltje te slaan en heel andere verhalen hoorde.

“Die mensen voelden zich gezien door Le Pen. Ze vormen een groeiende groep kiezers die op zoek waren naar verbinding en oplossingen voor hun problemen.

“Als ik het gesprek niet die kant opstuurde, was er geen racisme te horen.”

De onvrede zit ook op links. Hoe schat je de kansen in van Jean-Luc Mélenchon?

“Die beschouw ik als een groot gevaar, misschien ben ik wel banger voor hem dan voor Le Pen. Ik heb gemerkt dat dat in België niet zo doordringt.”

Banger dan voor Le Pen?

“Hij is nog meer clivant (polariserend, red.) dan Le Pen.

“Natuurlijk is zijn programma financieel een ramp, net als dat van Le Pen. Maar vooral zijn splijtende discours is zorgwekkend.

“Zijn campagne voor La Nouvelle France is een spiegelbeeld van extreemrechts.

“In zijn idee van het creoolse Frankrijk wordt het land eveneens in twee identiteitsgroepen opgedeeld: traditionele, ouderwetse Fransen versus de nieuwe Fransen met een migratieachtergrond.

“Bovendien is hij emotioneler dan Le Pen.

“In het boek La meute, waarin ex-medewerkers getuigen, wordt dat dictatoriale kantje goed belicht.

“Tijdens de huiszoeking (in 2018, op het partijkantoor en bij Mélenchon thuis, red.) riep hij niet voor niets ‘La République, c’est moi’’.

“Dat is echt zijn overtuiging: hij staat boven alles. Ik merk die grimmige sfeer ook bij de partijrally’s.

“De revolutie mag over lijken gaan.”


Als Roth in Frankrijk

Jolien De Bouw voor Palais des Papes in Avignon. © Florence Demeusy


Lees ook


Lees ook

Klik op de hyperlinks hieronder
en vind meer berichten

,


Bron: De Standaard

Welkom op Facebook

Welkom op Bluesky

Naar de website


Scroll naar boven